Reisgids voor het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland

In oktober trok ik naar het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland voor een ongelooflijk mooie tiendaagse roadtrip langs een paar van de indrukwekkendste plekken van het eiland. Sindsdien heeft Nieuw-Zeeland echt een speciaal plekje in mijn hart. Niet alleen omdat ik daar ooit verwekt ben, zoals mijn ouders me iets te vrolijk vertelden, maar vooral omdat dit land iets met je doet. Het heeft iets rustgevends. Alsof de bergen, meren en eindeloze ruimte je hoofd automatisch stiller maken.

De frisse berglucht, de felblauwe gletsjermeren en de ontspannen sfeer helpen daar zeker bij. Maar misschien zit het ook in de mensen. Iedereen die we onderweg tegenkwamen was vriendelijk, relaxed en opvallend behulpzaam. En ja, voor wie uit Australië komt of überhaupt niet dol is op kruipende verrassingen: Nieuw-Zeeland heeft geen slangen. Dat alleen al voelt bijna als een reden om te boeken.

Voor deze reis gingen we niet echt kamperen, maar eerder glamperen. We huurden een ruime motorhome voor twee personen, met oven, koelkast, toilet, douche en verwarming. Dat maakte deze route extra fijn, omdat je veel vrijheid hebt en op plekken kunt overnachten waar je anders alleen even stopt voor een foto.

Ik huurde onze motorhome bij McRent in Christchurch. Een camper is op het Zuidereiland echt ideaal als je graag in je eigen tempo reist. Wel is het slim om de regels rond freedom camping goed te checken voordat je vertrekt. In Nieuw-Zeeland mag je niet zomaar overal overnachten. Op veel plekken mag dat alleen met een officieel self-contained voertuig en ook dan gelden er per regio en per campingplek aparte regels. Gebruik daarom altijd een actuele campingapp of kijk ter plekke naar de borden, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.

Een handige app om campingplaatsen, powered sites en freedom camping spots te vinden is Rankers. Daarmee zie je snel welke plekken geschikt zijn voor jouw type voertuig en waar je legaal kunt staan.

Zuidereiland van Nieuw-Zeeland in 10 dagen

Hieronder zie je de route die wij reden. Het is een vrij volle roadtrip, maar wel één waarbij je in korte tijd enorm veel van het Zuidereiland ziet. De focus ligt vooral op de zuidelijke helft van het eiland, met de nadruk op bergen, meren, fjorden en een paar kleine plaatsen die juist voor afwisseling zorgen.

Dag 1: Christchurch naar Lake Pukaki

We haalden onze motorhome ’s ochtends vroeg op in Christchurch, sloegen boodschappen in en gingen daarna meteen op pad. Christchurch is voor veel reizigers vooral een praktische startplek, maar dat is helemaal prima, want de echte magie begint zodra je de stad achter je laat en het binnenland in rijdt.

De rit richting Lake Pukaki is meteen een geweldige binnenkomer. Onderweg kun je stoppen bij Lake Tekapo, maar als je niet te veel wilt haasten is het slim om vooral genoeg tijd over te houden voor Lake Pukaki. Dit was voor ons zonder twijfel een van de mooiste kampeerplekken van de hele reis. Het water heeft hier die bijna onwerkelijk turquoise kleur waar Nieuw-Zeeland beroemd om is. Dat komt door fijngemalen gesteente uit de gletsjers dat in het meer terechtkomt en het licht op een bijzondere manier weerkaatst.

Op een heldere dag zie je hier in de verte ook Aoraki / Mount Cook opduiken. Alleen daarom al wil je hier niet te laat aankomen. Tegen het einde van de middag wordt het licht over het meer namelijk echt prachtig.

camper aan Lake Pukaki op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland

Dag 2: Aoraki / Mount Cook National Park

De dag erna staat volledig in het teken van Aoraki / Mount Cook, het hoogste berggebied van Nieuw-Zeeland en wat mij betreft een van de absolute hoogtepunten van deze reis. Alleen de weg ernaartoe is al indrukwekkend. Je rijdt als het ware recht op de bergen af, met aan beide kanten een landschap dat steeds ruiger en dramatischer wordt.

De bekendste wandeling hier is de Hooker Valley Track. Dit is nog steeds een van de mooiste en populairste hikes van het gebied. Wel is het slim om vooraf de laatste status van de route te checken, omdat delen van het pad of bruggen tijdelijk aangepast kunnen zijn. Wat blijft, is dat dit een toegankelijke wandeling is met grootse uitzichten. Je loopt door een brede vallei, steekt hangbruggen over en kijkt voortdurend uit op gletsjers, rotswanden en besneeuwde toppen.

Ook als je geen fanatieke hiker bent, is dit gebied de moeite waard. Zelfs de kortere stops en uitkijkpunten geven je dat typische Mount Cook-gevoel: groots, stil en een tikje buitenaards. Trek warme lagen aan, neem water mee en begin bij voorkeur vroeg. Dan heb je het mooiste licht en iets meer rust op de paden.

Aoraki Mount Cook landschap
wandelen bij Mount Cook

Dag 3: Wānaka

Na Mount Cook rijd je in ongeveer 2,5 tot 3 uur naar Wānaka, een plaats die meteen iets losser en lichter aanvoelt. Waar Mount Cook draait om ruige natuur en stilte, voelt Wānaka als een bergdorp waar je best even wilt blijven hangen. Het ligt prachtig aan het meer, heeft goede horeca en is een fijne uitvalsbasis voor hikes, rustige tussenstops en een beetje comfort na een paar dagen rijden.

Roys Peak en andere hikes

Wānaka staat vooral bekend om Roys Peak. Deze hike is nog altijd een klassieker, maar onderschat hem niet. Het pad is steil, lang en grotendeels zonder schaduw. Wie vroeg vertrekt, wordt beloond met spectaculaire uitzichten over Lake Wānaka en de omliggende bergen. Heb je minder tijd of wil je iets rustigers, dan zijn er gelukkig ook genoeg kortere wandelingen in de omgeving.

In de oude tekst werd genoemd dat zowel Roys Peak als de Rob Roy Glacier Track gesloten waren. Zulke sluitingen zijn vaak tijdelijk, dus neem dat soort informatie nooit zomaar over. Check vooraf altijd de actuele status van de tracks.

That Wānaka Tree

Ja, die ene boom in het water is toeristisch. En ja, je wilt er waarschijnlijk alsnog even heen. That Wānaka Tree ligt op loopafstand van het centrum en is vooral bij zonsopkomst of zonsondergang fotogeniek. Verwacht geen verborgen geheim, wel een mooie korte stop aan het meer.

Wānaka Lavender Farm

Nog zo’n leuke stop net buiten het centrum is Wānaka Lavender Farm. Zeker in het seizoen is dit een fijne plek om even uit de camper te stappen en rond te lopen tussen de paarse velden, tuinen en boerderijdieren. Het is geen enorme attractie, maar juist daardoor prettig. Even wat rust, een kop thee of een ijsje en daarna weer door.

Waar eten in Wānaka: KIKA

Voor het eten is KIKA nog steeds een sterke aanrader. Het restaurant staat bekend om seizoensgebonden gerechten om te delen en dat past ook goed bij Wānaka zelf: ontspannen, stijlvol en zonder overdreven gedoe. Dit is een fijne plek als je na een actieve dag iets beter wilt eten dan de zoveelste snelle hap.

eten in Wanaka

Dag 4 en 5: Queenstown

Queenstown is drukker, levendiger en commerciëler dan veel andere stops op deze route, maar dat neemt niet weg dat het een geweldige plek is. De ligging aan Lake Wakatipu met bergen aan alle kanten is echt spectaculair. Dit is de plek waar je avontuur, uitzicht en goed eten makkelijk combineert.

Skyline Gondola en Ben Lomond

Een van de bekendste activiteiten is de Skyline Gondola. Die brengt je snel omhoog voor een weids uitzicht over Queenstown, het meer en de omliggende pieken. Boven kun je het rustig houden met alleen het uitzicht en een drankje, of juist verder gaan met de Luge, mountainbiken of een hike.

Ben je graag actief bezig, dan is de Ben Lomond Track een logische volgende stap. Let wel op het weer en op de omstandigheden van het pad. In dit gebied kan het snel omslaan en modder of wind maken zo’n wandeling meteen een stuk zwaarder.

uitzicht boven Queenstown
hiken bij Queenstown

Bungy, swing of zipline

Queenstown is nog steeds dé plek voor adrenaline. De bekendste klassieker is de Kawarau Bungy van AJ Hackett, waar bungyjumping wereldwijd groot mee werd. Ook als je zelf niet springt, is het leuk om even te kijken. De setting boven de felblauwe rivier is indrukwekkend genoeg.

Jetboat en andere outdooractiviteiten

Naast bungy is er in en rond Queenstown keuze genoeg: jetboaten, ziplinen, canyon swings, wijnproeverijen, heli-vluchten en dagtrips de bergen in. Het is precies zo toeristisch als je het zelf maakt. Mijn tip is om hier niet alles vol te plannen, maar een balans te zoeken tussen één actieve activiteit en genoeg tijd om gewoon rond het meer te lopen, koffie te drinken en van het uitzicht te genieten.

avontuur in Queenstown

Dag 6: Doubtful Sound

Veel reizigers kiezen voor Milford Sound, maar wij gingen voor Doubtful Sound en dat bleek een van de beste keuzes van de hele reis. Doubtful Sound ligt in Fiordland National Park en voelt afgelegener, stiller en wilder. Je komt er niet zomaar met je eigen auto tot aan het eindpunt, en juist dat maakt de ervaring bijzonder.

Een dagtrip bestaat meestal uit meerdere delen: eerst de rit richting Manapōuri, dan een overtocht over het meer, daarna de route over Wilmot Pass en pas dan stap je aan boord voor de cruise door de fjorden. Dat klinkt misschien omslachtig, maar het is precies die opbouw die deze excursie zo memorabel maakt. Je reist echt langzaam een ander landschap in.

Wij kozen voor een cruise met RealNZ, een bekende aanbieder in Fiordland. Onderweg zie je steile bergwanden, talloze watervallen en met een beetje geluk ook zeehonden, dolfijnen of pinguïns. Maar eerlijk: het mooiste aan Doubtful Sound is misschien nog wel de stilte. Als de motor even uitgaat en alles om je heen stilvalt, voel je pas echt hoe immens en afgelegen dit gebied is.

Doubtful Sound cruise
fjorden in Fiordland
landschap Doubtful Sound

Dag 7: Arrowtown, Mount Aspiring National Park en de West Coast

Dit was de langste rijdag van de hele roadtrip. Vanuit Queenstown reden we eerst langs Arrowtown, een charmant oud goudzoekersplaatsje dat absoluut de moeite waard is voor een korte stop. Even door de hoofdstraat lopen, koffie halen en daarna weer door werkt hier perfect.

Wij stopten bij Postmasters Kitchen + Bar, een fijne plek in Arrowtown als je zin hebt in lunch of iets zoets onderweg.

Daarna rijd je verder door een van de mooiste stukken van het Zuidereiland: richting Makarora en Mount Aspiring National Park. Onderweg wil je echt regelmatig stoppen. Niet alleen voor de uitzichten, maar ook omdat deze rit op zichzelf al een highlight is.

Een van de bekendste stops hier zijn de Blue Pools. Dit is een korte en toegankelijke wandeling naar helder, bijna surrealistisch blauw water. Ook hier geldt: check vooraf de laatste status van de wandeling, maar als de route open is, is dit een ideale stop om even de benen te strekken.

Vanuit daar kun je doorrijden naar de West Coast. Die westkust voelt meteen anders dan de rest van het Zuidereiland: natter, groener, ruiger en minder gepolijst. Wij wilden hier vooral heen voor Franz Josef Glacier. Een heli-hike op de gletsjer stond hoog op mijn lijst, maar zoals vaker aan de West Coast kan het weer roet in het eten gooien. Regen en laaghangende bewolking zorgen er geregeld voor dat tours worden geannuleerd. Dat is balen, maar ook gewoon onderdeel van reizen in Nieuw-Zeeland. Plan hier dus wat flexibiliteit in als je een activiteit echt belangrijk vindt.

Als je nog verder noordelijk rijdt, is Hokitika Gorge een prachtige extra stop. Het water hier heeft opnieuw die intens blauwe kleur waar je bijna niet op uitgekeken raakt.

Hokitika Gorge
West Coast van Nieuw-Zeeland

Dag 8: Arthur’s Pass

Als je van west naar oost rijdt, is Arthur’s Pass een van de mooiste routes die je kunt nemen. Dit is geen dag om haast te hebben. De weg slingert door de Southern Alps en het landschap verandert voortdurend. Wat begon als regenwoudachtige westkust gaat langzaam over in bergpassen, rotswanden, brede valleien en open vergezichten.

Arthur’s Pass zelf is vooral een route om te beleven. Stop waar je kunt, kijk omhoog, neem de tijd en laat je niet verleiden om alles in één ruk af te raffelen. Zeker met een camper is dit zo’n traject waarbij de reis net zo mooi is als de bestemming.

Er zijn in deze regio verschillende campings en overnachtingsopties, maar vertrouw niet blind op oude blogtips over vrije plekken. Kijk altijd goed wat lokaal is toegestaan.

Arthur's Pass landschap
bergen bij Arthur's Pass

Dag 9 en 10: Akaroa

Na al die ruige natuur is Akaroa een verrassend zachte afsluiter. Dit kleine plaatsje op Banks Peninsula heeft iets heel anders dan de rest van de route. De baai, de heuvels, de haven en de Franse invloeden geven het een bijna dorps en mediterraan gevoel, al blijft het natuurlijk helemaal Nieuw-Zeelands.

Akaroa staat bekend om de Hectordolfijnen, een van de kleinste en zeldzaamste zeedolfijnen ter wereld. Boottochten zijn hier populair en dat snap ik goed, want de omgeving is prachtig en de kans op wildlife is groot. Wie liever actief bezig is, kan ook kiezen voor kajakken op het water. Dat geeft een rustiger en persoonlijker gevoel dan een grotere tour.

Wat ik fijn vond aan Akaroa is dat het niet voelt als een plek waar je constant iets moet doen. Je kunt hier gewoon rondlopen, ergens aan het water zitten, rustig eten en nog één keer genieten van dat typische Nieuw-Zeelandse landschap voordat je terugrijdt richting Christchurch.

Waar eten in Akaroa

In de oude tekst werd Murphy’s On The Corner genoemd als persoonlijke favoriet voor vis en seafood. Die tip laat ik staan als informele aanrader voor een eenvoudige maaltijd, maar in Akaroa zou ik vooral kiezen voor wat op dat moment levendig en vers oogt. Juist in zo’n havenplaats werkt spontaan ergens aanschuiven vaak beter dan een te strak restaurantlijstje.

Akaroa op Banks Peninsula

Als je me vóór deze reis had gevraagd naar Nieuw-Zeeland, had ik waarschijnlijk gezegd dat het zo’n bestemming is die je makkelijk blijft uitstellen. Zeker als je uit Australië komt of al vaker in deze hoek van de wereld bent geweest. Te dichtbij misschien, te vanzelfsprekend. Maar na deze roadtrip kan ik eerlijk zeggen dat het Zuidereiland me compleet heeft verrast.

Wat deze route zo goed maakt, is de afwisseling. Je rijdt van turquoise meren naar hoge bergpassen, van sfeervolle dorpen naar adrenalinehoofdsteden, van fjorden naar de wilde westkust en eindigt in een rustige baai waar alles ineens weer vertraagt. Het is een reis met heel veel hoogtepunten, maar zonder dat het als een afvinklijst voelt.

Zou ik iets anders doen als ik terugga? Misschien iets meer tijd nemen. Minder kilometers per dag, vaker twee nachten op één plek en nog meer ruimte voor spontane stops. Maar als je ongeveer tien dagen hebt en zo veel mogelijk van het Zuidereiland wilt zien, dan is dit een ontzettend mooie route.

Nieuw-Zeeland is geen bestemming die je alleen bezoekt voor de foto’s. Het is een land dat je bijblijft door de rust, de ruimte en het gevoel dat je onderweg voortdurend iets groots voor je ziet. En precies daarom zou ik zonder twijfel teruggaan.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *