Een roadtrip langs de Atlantische kust van Frankrijk voert je van de oesterdorpen van Cap Ferret en de surfstranden bij Lacanau, via de Médoc naar Rochefort, Île d’Aix en Île d’Oléron. Trek voor deze hele route zeven tot negen dagen uit; dan is er ook tijd voor een fietstocht, een strandmiddag en de overtocht naar een eiland.
Ik zou twee of drie plekken als uitvalsbasis kiezen en niet iedere nacht verhuizen. Vooral Cap Ferret en Île d’Oléron verdienen extra tijd. De leukste stops liggen hier vaak buiten de grote badplaatsen en vragen soms om een omweg of een boottocht. Hieronder vertel ik je meer over mijn ervaring!
De route in het kort
Je kunt deze route beginnen bij Bordeaux en eindigen bij Nantes. Daartussen reis je langs het Bassin d’Arcachon en de oceaankust steeds verder naar het noorden, richting Charente-Maritime.
- Bordeaux, Cap Ferret en het Bassin d’Arcachon
- De oceaankust en Lacanau-Océan
- De Médoc en Soulac-sur-Mer, daarna met de ferry van Le Verdon naar Royan
- Rochefort en Fouras-les-Bains als basis voor een boottocht naar Île d’Aix
- Île d’Oléron, Le Château-d’Oléron en Fort Louvois
- Terugreis via Nantes
Verdeel de tijd vooral over Cap Ferret en Île d’Oléron; rond Rochefort of Fouras kun je de boot naar Île d’Aix inpassen. Heb je minder dan een week, kies dan liever alleen het deel rond Bordeaux en Lacanau of juist Rochefort en Oléron.
Kies je voor een fly-drive, dan zijn Bordeaux en Nantes logische luchthavens aan weerszijden van deze route.
Cap Ferret voelt als de rustige tegenhanger van Arcachon
Vanaf Bordeaux reed ik naar Cap Ferret, de smalle landtong tussen de Atlantische Oceaan en het Bassin d’Arcachon. Arcachon ligt aan de overkant en voelt stedelijker en levendiger. Op Cap Ferret draait het veel meer om fietsen, pijnbomen, kleine strandjes en oestercabanes aan het water.


Dat contrast is precies waarom ik hier langer zou blijven dan alleen een middag. Aan de westkant ligt de open Atlantische Oceaan met brede stranden en golven. Aan de oostkant kijk je over het veel rustigere bassin. Soms zit er maar een korte fietsrit tussen twee totaal verschillende kustlandschappen.


Tijdens mijn bezoek verkende ik de punt van Cap Ferret per e-bike. Een van de opvallendste stukken is Les 44 Hectares, een bosrijk gebied helemaal aan het uiteinde van het schiereiland. De zandpaden, pijnbomen en verspreide huizen geven het een bijna afgesloten sfeer. Het is geen officieel natuurreservaat, maar zo voelt het wel.


Oesters eten waar ze worden gekweekt
Cap Ferret en oesters horen bij elkaar. Langs het Bassin d’Arcachon liggen kleine havens en cabanes waar de oesterteelt nog heel zichtbaar is. Tijdens mijn fietstocht kreeg ik uitleg bij een lokale kweker en mocht ik zelf proberen een oester open te maken.
Dat bleek minder soepel te gaan dan wanneer iemand het dagelijks doet. Uiteindelijk lukte het, waarna de proeverij met uitzicht over het water volgde. Juist dat is voor mij de charme van Cap Ferret: gastronomie voelt hier niet losgemaakt van het landschap. Je ziet de oesterbanken, de boten en de houten palen in het water terwijl je eet.


Ook als je niet van oesters houdt, zou ik een van de oesterdorpen niet overslaan. Village de L’Herbe is een goede keuze met smalle paadjes, houten huizen en de opvallende Chapelle de la Villa Algérienne uit 1885.


Bekijk het Bassin d’Arcachon ook vanaf het water
Aan het einde van de dag ging ik met een traditionele pinasse het bassin op. Zo’n houten boot past veel beter bij de omgeving dan een grote rondvaartboot en vanaf het water zie je pas goed hoe het schiereiland, Arcachon en de zandbanken zich tot elkaar verhouden.


Onderweg passeerden we Île aux Oiseaux met de bekende paalhutten. In de verte zie je de Dune du Pilat, terwijl langs Cap Ferret kleine boten en oesterbanken in het water liggen. Wil je de omgeving rustig beleven, dan zou ik fietsen en een boottocht op dezelfde dag combineren.
Begin de volgende ochtend boven op de vuurtoren
De Phare du Cap Ferret telt 258 treden. Boven krijg je een van de beste overzichten van de route: het Bassin d’Arcachon aan de ene kant, de Atlantische Oceaan aan de andere en het smalle schiereiland ertussen.


Onder de vuurtoren zit een kleine tentoonstelling over de geschiedenis van de plek en navigatie. Naast de vuurtoren ligt ook een bunker uit de Tweede Wereldoorlog.


Van Cap Ferret naar de surfkust van Lacanau
Na Cap Ferret verandert de sfeer zodra je richting Lacanau-Océan rijdt. Het bassin verdwijnt en de open Atlantische kust neemt het over. Brede stranden, golven en surfcultuur bepalen hier het beeld.
Ik probeerde in Lacanau waveskiën. Je zit op een board, gebruikt een peddel en probeert daarmee de golven te pakken. Het heeft iets van kajakken en surfen tegelijk en is een leuke manier om de Atlantische Oceaan actief te ervaren.


Maar je hoeft hier niet per se het water op. Een lange strandwandeling en daarna zonsondergang aan zee is al genoeg reden om een nacht in Lacanau te plannen. De zon zakt hier recht boven de Atlantische Oceaan weg en dat leverde een van mijn favoriete momenten van de reis op.


Maak in de Médoc ruimte voor wijn en Soulac-sur-Mer
De volgende ochtend reed ik noordwaarts door de Médoc. Deze streek is vooral bekend door wijn, maar richting de kust wordt het landschap steeds ruimer en rustiger. Onderweg stopte ik bij Château Carmenère voor een blik tussen de wijnranken.


Daarna ging de route naar Soulac-sur-Mer. Deze badplaats heeft veel villa’s uit de Belle Époque en is compact genoeg voor een korte wandeling. Ik zou hier geen volledige dag reserveren als je een rondreis maakt, maar als lunchstop met een wandeling door het centrum en langs het strand werkt Soulac heel goed.


Neem de ferry van Le Verdon naar Royan
Vanuit Soulac is het maar een kort stuk naar Le Verdon-sur-Mer. Hier neem je de auto op de ferry naar Royan. De overtocht duurt ongeveer een half uur en voorkomt dat je helemaal om de monding van de Gironde heen moet rijden.


Los van de tijdswinst is de ferry een mooie onderbreking van een autorit. Vanaf het dek kijk je over de brede riviermonding en bij helder weer richting de Phare de Cordouan. Controleer vooraf de actuele afvaarten, zeker buiten het hoogseizoen.
Rochefort is veel leuker dan alleen een tussenstop
Rochefort kende ik vooraf vooral van naam, maar de stad bleek een van de verrassingen van de route. Onder Lodewijk XIV groeide Rochefort uit rond het koninklijke maritieme arsenaal en dat verleden zie je nog overal terug.
Ik begon bij het schaalmodel van de stad en liep daarna door het gebied van het Arsenal des Mers. Je vindt er onder meer het Musée national de la Marine en de Corderie Royale. Juist doordat de historische gebouwen en de stad zo dicht op elkaar liggen, hoef je hier niet van museum naar museum te rijden.


Wat me daarnaast bijbleef, was hoe rustig Rochefort aanvoelde. Brede groene ruimtes, relatief weinig hectiek en genoeg terrassen om tussendoor even te stoppen. Wil je tijdens een roadtrip niet iedere nacht in een bekende badplaats slapen, dan is Rochefort een interessante basis.


Fouras-les-Bains en Île d’Aix vertragen het tempo
Ik overnachtte in Fouras-les-Bains en nam de volgende ochtend vroeg de boot naar Île d’Aix. De reguliere overtocht vanaf Pointe de la Fumée duurt ongeveer 20 tot 25 minuten. Auto’s blijven op het vasteland, waardoor het eiland meteen anders aanvoelt.


Voordat ik het dorp in liep, ging ik eerst Fort de la Rade in, vlak bij de aanlegplaats. Boven de vestingmuren steken de twee rood-witte vuurtorens uit. Vanaf het fort kijk je over het strand van Anse de la Croix en de zee. Dat geeft je meteen een andere blik op het eiland dan vanuit de straatjes: eerst de kust en de vuurtorens, daarna het dorp en de musea.


Île d’Aix is klein genoeg om te voet te ontdekken. Je loopt door het vestingdorp, langs de kust en door rustige stukken natuur zonder dat er voortdurend verkeer langs je rijdt. Napoleon verbleef hier in 1815 enkele dagen voordat hij richting zijn laatste ballingschap vertrok. Zijn voormalige woning is nu een museum.

Ik zou hier minimaal een halve dag voor uittrekken en liever langer als het weer goed is. Let erop dat je van te voren de ferry dient te reserveren.

Stop bij de Pont Transbordeur voordat je naar Oléron rijdt
Terug op het vasteland maakte ik nog een stop bij de Pont Transbordeur over de Charente. De hoge metalen constructie uit 1900 ziet er op afstand bijna industrieel futuristisch uit. Een gondel hangt onder de brug en brengt passagiers over het water zonder dat er een normaal wegdek boven de rivier ligt.


Het is de laatste nog werkende transporter bridge van Frankrijk en een stop die goed past bij de maritieme geschiedenis van Rochefort. Houdt er rekening mee dat de brug gesloten is tijdens de lunch.
Île d’Oléron verdient meer dan één nacht
Op Île d’Oléron zou ik tijdens een eigen roadtrip zeker twee of drie nachten plannen. Het eiland is groot genoeg om verschillende dagen te vullen, maar voelt nergens alsof je continu grote afstanden moet afleggen.
Ik fietste vanaf Saint-Trojan-les-Bains door dennenbossen, langs de kust en richting Port des Salines. Vooral op de fiets merk je hoe snel het landschap wisselt. Kleine havens en oestercabanes gaan over in bos, strand en zoutmoerassen.


Bij Port des Salines kreeg ik uitleg over de traditionele zoutwinning. Zeewater stroomt door een systeem van bassins en onder invloed van zon en wind blijft uiteindelijk het zout achter. Een bezoek is veel interessanter wanneer je iemand het proces laat uitleggen dan wanneer je alleen langs de bassins rijdt. Meer informatie staat op de officiële informatie van Port des Salines.

Een mooi stukje achtergrond bij dit landschap: veel oude zoutbassins zijn later gebruikt voor het rijpen van Marennes-Oléron-oesters. Deze ondiepe bassins heten claires. Zo hangen de zoutmoerassen en oesterhavens die je onderweg tegenkomt met elkaar samen.

Le Château-d’Oléron en Fort Louvois als afsluiter
De laatste ochtend begon ik bij de haven van Le Château-d’Oléron. Voormalige oesterhutten zijn hier veranderd in kleurrijke ateliers en kleine winkels voor kunstenaars en ambachtslieden. Het is geen plek waar je per se uren hoeft door te brengen, maar de combinatie van haven, kleur en lokale makers maakt het een leuke stop.



Daarna reed ik naar Fort Louvois. Bij laag water bereik je het 17e-eeuwse fort te voet over een ongeveer 400 meter lange doorgang die later weer onder water verdwijnt. Alleen die wandeling maakt het bezoek al bijzonder. Controleer altijd vooraf het getij en de actuele toegang via de officiële toeristische informatie over Fort Louvois.


Waar ik onderweg sliep
Tijdens deze route overnachtte ik op verschillende plekken langs de kust. Voor een eigen vakantie zou ik sommige adressen juist als basis voor meerdere nachten kiezen; dat geeft meer ruimte voor strand, fietsen en de eilanden.
- Arès: Hôtel Le Grain de Sable, handig aan de noordkant van het Bassin d’Arcachon.
- Lacanau: Camping l’Océan, tussen de pijnbomen en dicht bij de oceaankust.
- Fouras-les-Bains: Grand Hôtel des Bains SPA, centraal in de badplaats en praktisch voor de boot naar Île d’Aix.
- Saint-Trojan-les-Bains: Hôtel Les Pins – Oléron, een kleinschalig hotel op Île d’Oléron.
Voor een ontspannen roadtrip zou ik liever twee of drie vaste bases kiezen dan iedere nacht verhuizen. Cap Ferret of de noordkant van het Bassin d’Arcachon, Rochefort of Fouras en Île d’Oléron vormen samen een logische verdeling.
Hoeveel dagen heb je nodig voor deze roadtrip?
Zeven dagen is wat mij betreft het minimum voor alle stops in deze route. Met negen of tien dagen kun je twee of drie nachten op Cap Ferret en Île d’Oléron blijven en ook een stranddag inplannen.
Heb je minder tijd, kies dan één deel van de kust: Cap Ferret, Lacanau en de Médoc, of juist Rochefort, Île d’Aix en Île d’Oléron. Zo blijft er ruimte om onderweg echt te stoppen.
Voor het plannen van vervoer kun je ook mijn artikel over het voorbereiden van een roadtrip en autohuur gebruiken. Zoek je daarna nog een andere route door Frankrijk, bekijk dan ook de wijnroute van de Elzas.
